Gemeente maastricht

Maastricht is een stad in het zuiden van Nederland. Het is de hoofdstad van de provincie Limburg en telt 122.331 inwoners.
De herkomst van de naam Maastricht is waarschijnlijk terug te leiden tot de Latijnse naam Mosae Trajectum, "doorwaadbare plaats in de Maas", die ons echter pas vanuit de middeleeuwen bekend is. De aanduiding Traiectum of Triecht werd ook voor Utrecht gebruikt; vandaar de toevoeging van de naam van de rivier. In 1051 werd voor het eerst de naam Masetrieth genoteerd, wat uiteindelijk Maastricht werd.
Maastricht ligt in het uiterste zuiden van Nederland. De stad ligt aan de voet van de Sint-Pietersberg, tussen het Plateau van Margraten, het Plateau van Caestert en de Haspengouw, bij het punt waar de rivier de Jeker in de Maas uitmondt. Het centrum van de stad ligt op een hoogte van ca 50 meter boven NAP. De buitenwijken liggen over het algemeen hoger. Het laagstgelegen deel van de gemeente is de rivier de Maas bij Itteren; het hoogste punt is de Sint-Pietersberg (109 m). D'n Observant is met ruim 170 m weliswaar hoger, maar betreft een kunstmatige heuvel.
Omdat Maastricht voor Nederlandse begrippen diep landinwaarts ligt, ondergaat het minder de invloeden van de zee dan de meer westwaarts en noordwaarts gelegen delen van Nederland. Dit brengt met zich mee dat het klimaat meer op een landklimaat lijkt, dan de dichter bij de kust gelegen gebieden. De winters zijn er vaak iets kouder en sneeuwrijker, de zomers zijn er warmer. De verschillen zijn echter klein; gemiddeld ligt de maximumtemperatuur in juli en augustus niet meer dan een halve graad boven die van De Bilt. Maastricht is één van de plaatsen waar de hoogste temperaturen van Nederland worden gemeten. Op 27 juni 1947 werd in deze stad de tot nu toe op één na hoogste maximumtemperatuur geregistreerd, die ooit in Nederland gemeten werd, namelijk 38,4 °C.
Maastricht is vanouds gelegen op beide oevers van de Maas. De Jeker mondt uit in de Maas en is een 55 km lange zijrivier van de Maas die zijn oorsprong vindt vlakbij Lens St. Remy in de Waalse provincie Luik. Weinig andere Nederlandse steden hebben een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis aan weerszijden van een grote rivier. Het deel van de historische stad, dat op de oostoever van de Maas ligt, heet Wyck (uitspraak: Wiek). Het andere stadsdeel wordt simpelweg Maastricht genoemd. Na de scheiding van Nederland en België werd pas in 1843 definitief overeenstemming bereikt om een gebied van 2,3 km (1.200 vadem; 1 kanonschot ver) rond Maastricht bij Nederland te voegen. Om deze reden vormt de rivier in Maastricht geen natuurlijke grens met België zoals in de rest van Zuid- en Midden-Limburg.

De stad werd vroeger omgeven door een krans van dorpen, gelegen in een agrarisch gebied met akkers, weilanden en boomgaarden. Sinds de annexaties van 1920 en 1970 behoren deze dorpen tot de gemeente Maastricht en zijn langzamerhand ingebed geraakt in het stedelijk gebied (Limmel, Amby, Heer, Scharn, Heugem, Oud-Caberg, Wolder en Sint Pieter). Sint Pieter neemt hierbij een aparte plaats in door zijn geïsoleerde ligging tussen Maas en Sint-Pietersberg en de beschermde status van de omgeving. De dorpen Borgharen en Itteren liggen gevoelsmatig nog vrij ver van de stad.

Geschiedenis Gemeente Maastricht

Maastricht behoort tot de steden die zich "oudste stad van Nederland" noemen. Aan de hand van resultaten van archeologische opgravingen kan met zekerheid gezegd worden dat de stad al twintig eeuwen continu bewoond is. Grofweg kan de geschiedenis van Maastricht worden ingedeeld in vier tijdperken met vier verschillende gezichten: Romeinse vesting, middeleeuws religieus centrum, garnizoenstad en vroege industriestad.
Prehistorie en Romeinse tijd

Lang voor het ontstaan van de stad Maastricht was er al menselijke bewoning in het gebied. Bij opgravingen in de kleigroeve Belvédère werden sporen gevonden van menselijke bewoning uit de Oude Steentijd (±250.000 jaar geleden), de oudste archeologische vondsten in Nederland.

Rond het jaar 10 v. Chr. legden de Romeinen de belangrijke heirbaan Keulen-Tongeren aan (later Via Belgica genoemd) die bij Maastricht de Maas kruiste. Bij de Romeinse brug ontstond een nederzetting, waarvan het centrum nabij de huidige Stokstraat lag. Rond 270 na Chr. werd Romeins Maastricht verwoest door invallende Germaanse stammen. Ter bescherming van de brug werd omstreeks 330 op de linkeroever een castrum gebouwd. Langs de uitvalswegen buiten de nederzetting begroeven de Romeinen hun doden. Op een van die begraafplaatsen, het huidige Vrijthof, werd volgens de traditie in het jaar 384 de bisschop van Tongeren Servatius begraven.
Middeleeuwen (500-1500)

Maastricht wordt in schriftelijke bronnen uit de vroege middeleeuwen regelmatig genoemd. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is dat van een voor die tijd redelijk grote, redelijk welvarende stad, die dankzij de aanwezigheid van een bisschopszetel en wellicht een koninklijke palts een zeker machtscentrum binnen het Merovingische en Karolingische rijk vormde. Ondanks het bestaan van een lijst van 21 heilige bisschoppen van Maastricht is er geen zekerheid over de eerste bisschoppen. Wel is duidelijk dat de christelijke godsdienst hier al vroeg geworteld was. In de loop van de 8e eeuw verloor Maastricht de bisschopszetel aan Luik.

Al in de Merovingische tijd was er in Maastricht een tol gevestigd en werden er munten geslagen. In 881 werd de stad door Vikingen geplunderd. In de 9e eeuw was Maastricht, na de diverse delingen van het rijk van Karel de Grote, ingedeeld bij het middenrijk van Neder-Lotharingen. Aan het einde van de 10e eeuw leek Maastricht even hoofdstad van dat rijk te worden. De laatste hertog van Neder-Lotharingen overleed echter in gevangenschap en werd rond het jaar 1000 in de St.-Servaaskerk herbegraven.

De elfde en twaalfde eeuw waren met name voor het kapittel van Sint-Servaas een tijd van grote voorspoed. Rond het jaar 1000 begonnen beide Maastrichtse kapittels aan een grootscheepse bouwcampagne, waarbij men elkaar kopieerde en trachtte te overtreffen. Deze bouwactiviteit leidde tot een ongekende culturele bloeiperiode in Maastricht en omgeving. De Maaslandse edelsmeedkunst bereikte een hoog niveau en Maastrichtse schilders en beeldhouwers ('metsen') waren actief in grote delen van het Heilige Roomse Rijk. Hendrik van Veldeke schreef een nieuwe vita van Sint-Servaas, een der oudste werken in de Nederlandse literatuur.

In 1204 werd Maastricht door de keizer in leen gegeven aan de hertog van Brabant. Vanaf dat moment had Maastricht twee heren, de (prins-)bisschop van Luik en de hertog van Brabant, het begin van de tweeherigheid van Maastricht. Rond 1400 kwam Brabant, en dus ook een deel van Maastricht, in bezit van de hertog van Bourgondië. Karel de Stoute, en later Karel V en Filips II, verbleven meermaals in de stad en logeerden dan in het Brabants Gouvernement.

Maastricht heeft nooit stadsrechten in de zin van een stadsbrief gehad. Wel kreeg de stad in 1229 van hertog Hendrik I van Brabant toestemming om de bestaande aarden wal rond de stad te vervangen door een stenen stadsmuur. Rond 1375 werd een tweede muur gebouwd. In 1281 begon de bouw van een nieuwe brug, iets ten noorden van de oude, die enkele jaren eerder was ingestort. Voor de laat-middeleeuwse economie waren vooral de leerlooierij en de lakenfabricage van betekenis. Maastricht was gedurende de hele middeleeuwen een belangrijk religieus centrum en een pelgrimsoord. Vanaf de dertiende eeuw vestigden zich vele kloosters in de stad.
Vroegmoderne tijd (1500-1794)

Maastricht behoorde in de zestiende eeuw met haar vijftien- tot twintigduizend inwoners tot de grotere steden in de Nederlanden. De stad maakte rond 1500 een bescheiden bloeiperiode mee, ook op cultureel gebied. De godsdienstonvrijheid drukte echter zwaar. In 1535 belandden 15 ketterse anabaptisten op de brandstapel op het Vrijthof. Bij de beeldenstorm van 1566 sneuvelden ook in Maastricht beelden en meubilair in kerken en kapellen. In deze jaren kwam de aanvankelijke bloeiperiode tot stilstand en nam de armoede hand over hand toe.

In 1579 heroverde Alexander Farnese, de latere hertog van Parma, Maastricht (Beleg van Maastricht, 1579), waarna de rekatholisering begon. In 1632 veroverde Frederik Hendrik de stad (Beleg van Maastricht, 1632) en kwam Maastricht in handen van de protestantse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Deze nam in het stadsbestuur de plek in van de Brabantse hertog en respecteerde het condominium met Luik. De vredesvoorwaarden gaven protestanten en katholieken dezelfde rechten, dus beide kregen godsdienstvrijheid.

Van 1673-78 (Beleg van Maastricht, 1673) en in 1747-48 (Slag bij Lafelt, 1747) stond Maastricht onder Frans bestuur. Tijdens de kortdurende Franse bezettingen werd de protestantse Maastrichtenaren hun gelijke rechten tijdelijk ontnomen.

In de 17e en 18e eeuw was Maastricht een ingeslapen provinciestad. Het garnizoen zorgde voor enig vertier, maar verder werd het leven in de stad gekenmerkt door een conservatieve levenshouding. In de tweede helft van de 18e eeuw was er sprake van een lichte culturele opleving.
Franse tijd (1794-1814)

Op 4 november 1794 veroverde de Franse bevelhebber Kléber Maastricht en werd de stad ingelijfd bij de Franse Republiek. Daarmee kwam een einde aan de eeuwenoude tweeherigheid. Maastricht werd de hoofdstad van het departement Nedermaas. De erfenis van de Franse Tijd is, over het geheel bezien, geen positieve. Kerken, kapittels en kloosters waren opgeheven, waardevolle inventarissen verkocht of vernield, bibliotheken, archieven en schatkamers geplunderd. Eeuwenoude instellingen die zich bezighielden met de zorg voor zieken, armen en ouden-van-dagen waren opgeheven.
Moderne tijd (1814-1945)

Op 1 augustus 1814 werd Maastricht hoofdstad van de nieuwe provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tijdens de Belgische opstand van 1830 bleef Maastricht, door de vasthoudendheid van garnizoenscommandant Dibbets, onder Nederlands bestuur.

In 1834 begon de jonge ondernemer Petrus Regout aan de Boschstraat met de fabricage van glas en kristal, spoedig gevolgd door een aardewerkfabriekje. De fabrieken van Regout ontwikkelden zich voorspoedig en mede daardoor werd Maastricht in de 19e eeuw een vooraanstaande industriestad. Door de slechte sociale omstandigheden was de kindersterfte hoog en de gemiddelde leeftijd laag. Maastricht was in die tijd een ongezonde, smerige stad.

Pas geruime tijd na de opheffing van de vestingstatus in 1867 werden de eerste woonwijken buiten de middeleeuwse stadsmuur aangelegd. Op 1 januari 1920 werden enkele omliggende gemeenten geannexeerd, waardoor de oppervlakte van de gemeente toenam van 415 ha tot 3500 ha.

In 1826 werd de Zuid-Willemsvaart, inclusief de binnenhaven Bassin, opengesteld voor het scheepvaartverkeer. Tussen 1845 en 1850 werd het Kanaal Maastricht-Luik gegraven. De eerste spoorlijn in Maastricht (Aken - Maastricht) werd in 1853 opengesteld. Pas in 1865 werd Maastricht verbonden met het Nederlandse spoorwegnet.

Maastricht was in de 19e eeuw een sterk verfranste stad. De elite sprak, naast het Maastrichts, Frans, en beheerste nauwelijks het Nederlands. Het onderwijs en verenigingsleven waren tot ver in de 20e eeuw sterk verzuild en grotendeels in handen van katholieke instellingen.

Op de ochtend van 10 mei 1940 blies het Maastrichtse garnizoen de bruggen over de Maas op in een poging de opmars van de Duitsers te vertragen. Na de capitulatie begon de Duitse bezetting, die in Maastricht vier jaren, vier maanden en vier dagen zou duren, tot 14 september 1944. Geallieerde luchtbomdardementen eisten niet alleen veel doden, maar leidden door het wegvallen van een groot areaal aan woningen decennialang tot woningnood. Het grootste verlies leden de Maastrichtse Joden: van de 515 leden van de Joodse gemeente in 1940 waren er in 1945 nog slechts 145 over.
Recente geschiedenis (1945-nu)

Na de Tweede Wereldoorlog nam de bevolking explosief toe, wat leidde tot de bouw van uitgestrekte nieuwbouwwijken, vooral ten westen van de Maas. Op 1 juli 1970 vond opnieuw een gemeentelijke annexatie plaats, waardoor het inwonertal steeg naar 112.500. Vanaf de jaren 1960 vond een sterke ontzuiling van de Maastrichtse samenleving plaats, waardoor de Rooms-Katholieke Kerk veel invloed verloor.

In 1974 ging de Rijksuniversiteit Limburg (inmiddels Universiteit Maastricht) van start. De komst van de universiteit leidde tot een grotere diversificatie van de Maastrichtse bevolkingssamenstelling en een toenemende internationalisering van de stad. Geleidelijk aan vond er binnen de stedelijke economie een transformatie plaats van voornamelijk industriële werkgelegenheid naar meer banen in de dienstensector. In 1981 en 1991 vonden in Maastricht topconferenties van de Europese Raad plaats. Vooral aan die laatste bijeenkomst, en het daaruit voortvloeiende Verdrag van Maastricht, dankt Maastricht een grote internationale naamsbekendheid.

Kunst en Cultuur Maastricht

Maastricht is mede dankzij de aanwezigheid van enkele kunstopleidingen een cultureel centrum van bovenregionale betekenis. Door de bezuinigingen in de culturele sector van de kabinetten Rutte I en II zijn een aantal organisaties gedwongen geweest te fuseren (het Limburgs Symfonie Orkest), in te krimpen (de Jan van Eyck Academie, Opera Zuid) of zijn geheel verdwenen (het Huis van Bourgondië).

Vooruitlopend op de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2018, trachtte de gemeente Maastricht de afgelopen jaren de culturele infrastructuur te verbeteren met onder andere plannen voor een nieuw centrum voor film- en podiumkunsten (in de Timmerfabriek), een nieuw poppodium (tijdelijk in de Timmerfabriek; later op het Sphinxterrein), clustering van een aantal kunstopleidingen (Quartier des Arts in het Eiffelgebouw op het Sphinxterrein) en de ontwikkeling van het Frontenpark tot "park van inspiratie" met ruimte voor kleinschalige openluchtvoorstellingen, beeldende kunst en stadslandbouw. Doordat de Maastrichtse kandidatuur in 2013 niet gehonnoreerd werd, is de status van een aantal van deze plannen onduidelijk geworden.

BurgemeesterDhr. O. Hoes
AdresMosae Forum 10, 6211DW MAASTRICHT
Postbus1992, 6201BZ MAASTRICHT
Telefoon043-3504000
E-mailpost@maastricht.nl
Websitewww.gemeentemaastricht.nl
Inwoners0
Oppervlakte0 km2